Terug thuis

Het vliegtuig zette de landing in en met een doffe klap zetten we voet aan de grond. Het is al donker en het begint koud te worden. Met twintig graden trekken we snel een dikke trui aan om de wind tegen te houden. We lopen naar binnen toe en stoten elkaar lachend aan. ‘We zijn er! We zijn terug!’ De tranen beginnen al op te komen. Dit gevoel is zo goed. Wat heb ik deze plek gemist.

Berkay komt ons ophalen. Hij werkt in de kebab zaak in Byron en we gingen daar elke dag heen. Omdat ons leven bestond uit werken en uitgaan, was de kebab zaak een vast onderdeel van de nacht geworden. Iedere nacht was het feest en iedere nacht sloten we af met cheese&chips. Terwijl we met onze tas buiten staan zien we de dikke BMW aan komen rijden. Berkay is de eerste persoon die we terug zien en hij springt uit de auto om ons te omhelzen. Oh wat voelt dit goed.

Met een razend tempo rijden we richting Byron. Het is maar een uurtje en we herkennen elk detail nog. De lange rechte weg langs het ziekenhuis, rechtdoor over de rotonde, nog een rotonde en daar naar links. We zijn thuis. De straten zijn gevuld met mensen. Iedereen zit lekker te genieten bij het gezang van de straat muzikanten of loopt wat rond. We rijden langs happy travels en zien Greg de liefste security guy, aan het werk bij Cheeky Monkeys. De auto parkeren we aan de weg en we stappen uit bij het huis van mijn collega Milla waar we mogen slapen. Ze is zelf op vakantie en deuren op slot doen kennen we niet in Byron. We lopen naar binnen en zetten onze tas neer. Het voelt als thuiskomen.

Met een dikke kroel vlieg ik in de armen van Billy. Hij is de huisgenoot van Milla en hij is het tweede vertrouwde gezicht die we weer terug zien. We installeren ons in onze kamer en hij luistert belangstellend naar onze verhalen. Ondertussen kleden wij ons snel om, want we gaan meteen uit! Een nacht in Byron willen we niet missen. Ook al hebben we de hele dag gereisd en is het al later op de avond, we zijn veel te blij en willen iedereen weer zien. We voelen ons helemaal uitgelaten.

Een uurtje later lopen we over straat. Dezelfde route die we drie maanden terug elke dag liepen. Dezelfde straat, langs dezelfde bomen en struiken en huizen. Alles hetzelfde. Ik bel Dan, mijn manager van happys en vraag waar hij is. Hij reageert verbaasd en zegt dat hij in bed ligt. ‘Ik ben terug, ik ben in Byron’ zeg ik blij. Dan moppert lachend dat zijn nacht nu weg is en gaat zich meteen aankleden om naar de bar te komen. Wij komen ondertussen aan bij Cheeky Monkeys. Er staat een lánge rij, maar als ‘local’ doen we niet aan wachtrijen. Ik zie de security guy en hij laat ons meteen door. Dan zie ik Greg, mijn favoriet en ik spring in zijn armen. Hij tilt me op en ik sla mijn benen om zijn middel. Ik ben terug, ik ben echt terug. Ik kan me niet meer gelukkig voelen dan nu.

We lopen door en gaan naar Aquarius. Daar is het ontmoeting na ontmoeting. Het is zo fantastisch leuk om eerst de verbazing te zien op de bekende gezichten en dan de brede lach en de dikke knuffels die volgen. Het voelt zo gewaardeerd dat iedereen net zo blij is jou terug te zien dan dat jij bent om hen weer te zien. Het is zo heerlijk vertrouwd, zo vreselijk fijn. Aan de bar hoeven we geen drankjes te bestellen, ze weten nog precies waar we van houden. Betalen hoeft ook niet, we zijn nog steeds een van hen, horen er nog steeds bij. Het voelt alsof ik zweef.

Iedereen is in AQ en zelfs mijn baas is er. Hij staat dronken te karaoken en ik verzucht dat ik waarschijnlijk nooit meer zo’n baas zal krijgen. Een die kei hard werkt, ongelooflijk goed is in wat hij doet en daarnaast zo dicht naast ons staat en één met het team is. We dansen en drinken de nacht in met iedereen die we kennen. Het valt ons op hoe vreselijk knap de mannen hier toch zijn. In het zuiden en aan de westkust vonden we niemand aantrekkelijk. Terug in Byron kijken we onze ogen uit. Echte mannen met brede schouders en mooie beach looks. Het valt ons ook op hoe zichzelf iedereen hier is. Alleen maar mooie mensen, met een eigen stijl, zichzelf zijn. Wat voelt dit toch goed.

We maken het niet al te laat en nadat we alle bars zijn afgegaan en overal ons gezicht hebben laten zien gaan we naar huis. We zijn moe, maar oh zo voldaan. Billy is nog wakker en vraagt hoe het was. Ik plof op zijn bed en vertel alle verhalen en wie ik allemaal gezien heb. Mijn gezicht straalt, het geluk wat ik van binnen voel is duidelijk op mijn gezicht te zien. Tevreden vallen we in slaap.

Mijn wekker gaat al vroeg want een van mijn managers neemt me mee op avontuur. Eerst ontbijten we bij Combi en daar zien we Julie terug. Met haar hebben we de westkust gereisd. Het is heerlijk om haar op deze plek terug te zien. Zij was au pair in Byron en ook voor haar is dit thuis. We delen de liefde voor deze plek. Teumsy voegt zich bij ons en na het ontbijt stap ik in zijn auto. Mijn auto. Hij heeft mijn auto over gekocht en hem naar mij vernoemd. Abel, van Abel Tasman, de Dutchie. We rijden naar een schitterende lookout waar ik heel Byron kan overzien. We staan tussen de groene heuvels, zien de vuurtoren in de verte, de mooie stranden, het blauwe water. De bergen steken af tegen de blauwe lucht waar geen wolkje aan te bekennen is. Hij verteld me verhalen over vroeger. Over de Aboriginals die hier leefden. Over Byron en haar cultuur. Byron was al speciaal voor me. Nu voelt het nog meer.

We rijden verder en hij laat me allemaal mooie plekken zien die ik zelf nog niet ontdekt had. We lopen op blote voeten, want zo doen we dat in Byron. We sluiten af op het mooiste strand op de wereld. Broken Head, mijn favoriete plekje. Teumsy duikt de zee in en ik hou het bij zonnen. Terwijl we liggen te genieten van de zon, de natuur, van deze dag wordt de dag perfect afgesloten met een groep van 8 walvissen die gracieus en machtig dicht langs de kust zwemmen. We zien hun grote donker grijze lijven boven het water, de vin, de staart. Het kan niet perfecter zijn.

We rijden terug en Teumsy valt in slaap op ons bed. Ik ga op de bank liggen en word een poosje later wakker. Er ligt een deken over me heen die Billy lief over mee heen gelegd heeft. Anouk komt binnen met rode wangen van de rode wijn die ze met haar bazin gedronken heeft. Ze heeft lekker geshopt en laat alle items een voor een zien en verteld over haar dag. Ondertussen heeft ze Janine aan de telefoon, ons huisgenootje met wie we samen woonden in Byron en die zelf terug is in Duitsland. Alles voelt onbeschrijfelijk goed.

We kleden ons heel dik aan en gaan naar Tallows Beach. In de cozy corner is een beach party aan de gang en daar gaan we natuurlijk heen. Met 17 graden is het voor ons koud dus ik draag een topje, shirt, jas, trui en trui. Het is nog steeds frisjes. Hoe ik het ooit ga overleven in Nieuw Zeeland is nog een raadsel. In de verte zien we de lichtjes en dichterbij gekomen zien we het feest. Een dj installatie op het strand, een dansvloer op het zand met fakkels eromheen en verschillende kampvuren waar mensen omheen zitten. Sam zit bij een van de vuren en ik kniel achter hem neer en sla mijn armen om hem heen. Hij weet meteen dat ik het ben. Anni zit naast hem en ik blijf haar de hele nacht lang knuffelen, blij haar weer te zien. Levi zie ik terug en hij ruikt nog steeds zo heerlijk als Levi. Mijn maatje van happys. Hij fluistert lief het Nederlandse zinnetje die hij kent in mij oren. ‘Ik hou van je schat’ en ik beaam het volledig. De beach party is in volle gang en het is reuze gezellig. Een mix van goede muziek, natuur, geweldige mensen en kampvuren op het strand. Hoe goed kan het leven zijn.

Omdat het feest al om 6 uur begon zijn we lekker op tijd terug. Natuurlijk zijn we eerst nog even naar de kebab zaak gegaan voor een cheese&chips. Die krijgen we gratis. De dag ervoor ook al. Het is zo vertrouwd allemaal. Zo fijn. Zo heerlijk. Zo thuis. We lopen naar huis toe en kruipen in bed. Opnieuw vallen we moe maar voldaan in slaap.

Het is nu ochtend en we liggen nog lekker op bed. Anouk is tickets aan het boeken voor Nieuw Zeeland en ik schrijf een blog. Zo gaan we op pad. Een dagje winkelen. Het betekent, slenteren, overal hoi zeggen, kletsen met iedereen, neuzen tussen alle fantastische hippie kleding en lekker eten en drinken in de leuke tentjes die hier zijn. Ik voel me gelukkig. Volmaakt gelukkig. Aan de westkust was ik soms bang dat ik Byron mooier maakte dan het was. Dat ik me vastklampte aan herinneringen. Maar het is niets van dat. Byron is mijn plekje. Byron heeft mijn hart gestolen. Byron is mijn thuis in Australië.

Ik geniet. Ik kom tot rust en zuig alles in me op. Mijn laatste dagen in Australië had ik op geen mooiere plek kunnen afsluiten dan hier. Voor altijd zal deze plek me dierbaar zijn. Ik hoop dat ik me in Queenstown net zo gelukkig en thuis zal voelen als hier. Want dat gevoel… Is onbeschrijfelijk. Dat is zoals het leven hoort te zijn.

Een gedachte over “Terug thuis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s