Karijini

Karijni National Park is met recht een van de mooiste parken te noemen in Australië. Je ziet er natuurschoon wat bijna niet te bevatten is. Ruig, stoer maar ook lieflijk. Een ongerept stukje aarde waardoor het een heel puur karakter heeft. We hadden ruim de tijd genomen om te kunnen verkennen en hierdoor hebben we elke kloof en elke wandeling kunnen doen die mogelijk was. Ik had er voor geen goud eentje willen missen! Zelfs Mount Bruce hebben we beklommen, en geloof me als ik zeg dat dat een bevalling op zichzelf was.

Voor Karijni ligt het plaatsje Tom Price. Hier kun je boodschappen doen, douchen voor 2 dollar, drink water bijvullen en tanken. Nadat dit gedaan was (behalve douchen) waren we klaar om een paar dagen het park in te trekken. Met een auto vol vertrokken we.

Dag 1. We bezochten Weano George met de Handrail Pool. Voor we er waren was het al iets later doordat we met een lege auto batterij stonden. We hadden bij RIP memorial geslapen (klinkt cru, het was ook een interessante plaats om te overnachten, maar wel erg mooi) en waren zo dom geweest even onze telefoons op te laden. Dat ging natuurlijk niet goed, maar een uurtje later was alles keurig opgelost door hulp van een lief Australisch koppel. De eerste kloof die we deden was gelijk een flink pittige. Sommige stukken waren zo volgelopen met water dat we er zwemmend doorheen moesten. Een hele ervaring opzichzelf. Het water was steenkoud en het kostte flink wat doorzettingsvermogen om hier vrijwillig in te springen. Toch deden we het en de uitzichten waren een mooie beloning op de kou die we getrotseerd hadden. Terugkijkend was dit een van de mooiste hikes die we gedaan hadden. Die avond sliepen we op een rest area net buiten het park. Tom, Delitta, Alex en Alicia waren er ook waardoor we een gezellige avond hadden. Kampvuurtje, muziek, marshmallows, popcorn en de milky way helder boven ons. Het échte leven.

Dag 2. We stonden op toen we wakker werden van de zonsopgang. Lekker rustig werkten we een ontbijt naar binnen, maakten we ons klaar en gingen we op pad met als plan 3 hikes te doen. Dat is natuurlijk teveel van het goede. Het maximaal haalbare voor ons was 2 per dag. Waarom zou je ook haasten in zo’n groot en mooi park? We hadden alle tijd. We begonnen aan Knox George. Een pittige afdaling waarbij we regelmatig elkaar aankeken of dit geen onbegonnen gekkenwerk was. Het pad bestond letterlijk alleen maar uit afgebrokkelde rotsen en het was behoorlijk stijl. Elke steen waar je op ging staan kon zomaar onder je gaan schuiven. Gelukkig kwamen we heelhuids beneden aan. In de diepte van de kloof klommen we verder tot we niet verder meer konden. We namen een pauze en relaxten bij het machtig mooie uitzicht van water wat door de rotsen verder naar beneden stroomden. Zo bijzonder hoe jaar na jaar het gesteente steeds verder uitgesleten wordt. Op de terug weg sprongen Julia en ik in een helder blauw meertje. We proberen vooral niet te denken aan de slangen die erin kunnen zitten of andere dieren. Een douche hadden we al een paar dagen niet gezien en we waren zover heen, dat een duik in een meertje als een hele verfrissing aanvoelde. Steenkoud water, maar wel lekker! Na een helse klim naar boven waren we er bijna zo goed als klaar mee voor die dag. We lieten ons echter niet kennen en daalden nog een keer af om de Joffrey Falls te bewonderen. Het was een heel korte hike, dus we stonden zo beneden. De waterval was nog maar een klein stroompje nu het regenseizoen over is, maar het was wel prachtig om te zien. Nog een keer schoonden we onszelf op in dit koude water en toen reden we terug naar de rest area. Deze nacht stonden Alex en Djordy gezellig bij ons, een Canadees jongen en Nederlands meisje die samen reisden en we al vaker tegen waren gekomen. Gek laat maakten we het die avond niet, want de dag erna zou een grote dag worden…

Dag 3. Deze dag hadden Anouk en ik al vele malen vervloekt. Een berg beklimmen. We leken wel knettergek. Als we ergens niet goed in zijn is dat het wel. We halen de top wel, maar er komt zeer veel gescheld bij kijken. We stonden half 9 zuchtend onder de berg en de moed zakte diep in onze schoenen toen stond aangegeven dat de berg 1235 meter hoog was en je er gemiddeld 6 uur over doet. Pure ellende. Daar gingen we. Eigenlijk viel het begin heel erg mee! We liepen de eerste heuvel toppen bijna fluitend over. De stukjes recht lopen ging super goed, als het iets stijler werd hoorde je gemopper. Tot we bij een heuse bergtop aankwamen. Dit gedeelte was levensgevaarlijk. We klommen over losliggende rotsen naar boven toe en een moment klommen we een stukje omhoog zonder enige grip. Je hield je aan gladde rotsen vast en zou je vallen, dan gleed je zonder pardon de diepte in. Iedereen kwam heelhuids boven. Een onaangename verrassing stond ons te wachten, we moesten nog een hele berg over om bij de top te komen. Dat stuk was zo vreselijk verschrikkelijk dat we van pure ellende midden op het pad zijn gaan zitten. Wij gingen geen stap meer verzetten. Maar om zulke uitspraken te doen op 1100 meter hoogte is niet handig. Bezweet en scheldend, niet begrijpend waarom we hier ooit aan waren begonnen liepen we verder. Bettina en Julie waren natuurlijk al lang en breed boven feest aan het vieren. Na nog een half uur ploeteren kwamen ook wij aan op de top. Een schitterend panoramisch uitzicht strekte voor ons uit. 360 graden keken we uit over het Karijni National Park. Groene bergen, uitgestrekte vlaktes, oh het was de hele tocht naar boven meer dan waard. En toen… Moesten we naar beneden. Dit ging behoorlijk goed en snel en ook nu weer waren de uitzichten prachtig. Doordat de route naar beneden liep genoot ik er extra van. Tot we over de bergtoppen een regenwolk aan zagen komen. Door het wijdse uitzicht konden we hem al van ver aan zien komen drijven. Met nog 3 bergtoppen te gaan begon het te druppelen. Nog voor we de auto bereikten was het weer droog, behalve wij. Doorweekt stonden we te kou kleumen en we sprongen snel de auto in. We hadden de route in een keurig tijdsbestek gehiked en hierdoor hadden we tijd om onszelf te trakteren op een douche. Na vijf dagen was dat ook flink nodig. We reden terug naar Tom Prince en lieten het warme water de lagen oranje stof van ons afspoelen. Eindelijk weer echt schoon, haren gewassen en geschoren. Jezelf weer vrouw voelen. Fris ruikend trok ik mijn vieze kleren weer aan (wassen is nog zeldzamer dan douchen en het is toch binnen een paar tellen oranje) en belde even met het thuisfront. Vervolgens zagen we dat Steff, de mooiste Duitse man die ik ooit heb leren kennen ook was aangekomen in Karijni waar natuurlijk even een praatje mee gemaakt moest worden. We vulden ons water bij, tankten en reden naar een gratis camping tegenover Hamersley Gorge.

Dag 4. De zon ontwaakt ons altijd vroeg en we stonden alweer vroeg naast ons bed. We hadden heerlijk geslapen. Hoe kan het ook anders na zo’n heerlijke douche. We reden in vijf minuten naar Hamersley Gorge en stapten tegelijk uit met Steff die daar ook was. Hij ging echter eerst de rechter kant van de kloof verkennen en wij links. Alleen konden we niet veel verder komen dan wat we zagen, of we moesten zwemmen. Vroeg in de morgen het water in wat van zichzelf al ijs en ijskoud was, was niet het meest aantrekkelijke idee. Moedig als we waren liepen we er toch in. We gilden het uit, wat was dit koud!!! Een kwartier later waren we er psychisch aan toe om te gaan zwemmen en met krachtige slagen zwommen we door de kloof. Dit alleen was al een hele ervaring. Er leek echter geen einde aan te komen en half in vonden we een rots waar we op konden staan zodat we uit konden rusten. Ook nu weer probeerden we uit te schakelen welke dieren er in het water konden zitten. We zwommen verder en een andere groep backpackers waren ons achterop gekomen. Ik probeerde aan de wal te komen, maar het feit dat ik net een gigantische knal blauwe kreeft met een rode kop zag wegduiken onder een van de stenen maakte het lopen niet heel ontspannend. Felix, een Duitse jongen ging voorop en ik volgde hem dankbaar. We vormden een grote groep en met elkaar gingen we op ontdekkingstocht. Het was enorm gezellig. Na heerlijk geklauterd, gekletst en geklommen te hebben gingen we weer terug. Dit keer klimmend via de rotswanden in plaats van het koude water. De groep was hier al eerder geweest en lieten ons zien wat er aan de rechterkant van de kloof te ontdekken viel. We zagen een idyllisch meertje, super helder water met een toffe waterval als glijbaan. We genoten van onze tijd hier, hadden het mega leuk met elkaar en voelden ons even helemaal kind. Helaas moesten we afscheid nemen want de groep trok verder naar het zuiden en wij naar het noorden. Deze ochtend met elkaar was in ieder geval gezellig! We reden naar Hancock Gorge om deze te gaan beklimmen, maar helaas was deze net dicht gegaan omdat iemand haar heup had gebroken toen ze naar benden aan het klimmen was. Het arme slachtoffer lag nog in de kloof en de hulp die ingeschakeld was was onderweg. Wij reden door naar de oostkant van het Nationale Park en hadden nog net tijd voor een korte wandeling. Een lief ouder stel wat er tegen kwamen wees ons op een meertje waar de zonnestralen nog net het water bereikten. Bij Fern Pool relaxten we, zwommen we en genoten we na van deze heerlijke dag. We sliepen op de enige camping die in de buurt was. Helaas een betaalde, maar soms is het niet anders. Ze hadden er in ieder geval een wc. Al raak je na zo’n lange tijd camperen zo gewend aan de natuur dat achter de auto hurken soms zelfs makkelijker en sneller gaat. Het was al eventjes geleden, maar we hadden zomaar opeens zin om weer eens lekker een boek te lezen. Niet lang erna was het enige wat je hoorde een achtergrond muziekje en geritsel van boek bladzijde. Heerlijk!

Dag 5. Opnieuw ondernamen we een poging om Hancock Gorge te gaan beklimmen. Hij was gelukkig open, maar door de valpartij van de dag ervoor waren we extra voorzichtig. Dat hier veel ongelukken gebeuren is goed te begrijpen. Van paden kon je eigenlijk niet spreken. De rotsen waren spekglad, dus klimmen was haast onmogelijk, maar zwemmen was te ver en wederom verschrikkelijk koud. We besloten een poging te wagen om toch te klimmen en centimeter voor centimeter kwamen we vooruit. Het was een heel avontuur! Aan het einde van de kloof kwam het bekende stukje met de ‘spiderwalk’ wat zijn naam eer aan doet. Onder je had je spiegel gladde stenen waar kniediep water vanaf liep. De rotsmuren waren nauw op elkaar, dus de beste optie was met handen en voeten tegen de muur gedrukt de weg naar beneden vinden. Een groot avontuur! Het lukte om heelhuids naar beneden te komen en het laatste stukje legden Anouk en ik zwemmend af. We sprongen zonder te voelen het water in en ons hele lichaam protesteerde op de intense kou. Mijn spieren leken acuut te bevriezen en ik weet niet meer hoe ik overkant bereikt heb, maar een half uur later rilde ik nog, blauw aangelopen en vol kippenvel. Het uitzicht was weer eens fenomenaal en vol verwondering keken we de diepte van de kloof in. We konden alleen verder met een gids, wat me zeer de moeite waard leek, al zou ik niet weten hoe ik daar ooit naar beneden en weer omhoog had moeten komen. Hoe ik de kloven moet omschrijven is lastig. Het is de hele setting die het schouwspel zo bijzonder maakt. Het klimmen en klauteren, de spanning hiervan en de prachtige natuur. Dit alles gecombineerd maakt het allemaal zo bijzonder. Onder de indruk kwamen we de Gorge weer uit. We lunchten bij Kimberly Falls en hier maakte ik alleen een wandeling terwijl de meiden lekker gingen lezen bij een schitterend meertje. De wandeling die ik maakte had zoiets sereens dat het bijna tastbaar was. De hele natuur was hier heel lieflijk. Zo rustgevend om doorheen te wandelen! Moe, maar voldaan kwamen we terug bij de camping waar we allemaal vroeg zijn gaan slapen.

Dag 6. De laatste dag Karijni. ’s Nachts waren we al een paar keer wakker geworden van de wind die opgestoken was. In de ochtend kwam een meneer ons vertellen dat we, als we konden, het park in de middag moesten verlaten want het zou gaan stormen. Dit kwam goed uit, we hoefden alleen nog maar een wandeling te maken! We vertrokken op het gemakje en liepen de mooie wandeling met de zon op ons gezicht. Aan het einde ‘douchten’ we onder een waterval wat het plaatje compleet maakte. Alles in het Karijni National Park hebben we kunnen doen en van alles hebben we intens kunnen genieten. Zo reden we die middag weg richting het noorden, naar Broome terwijl we de grijze donkere luchten die aan kwamen drijven achter ons lieten. Onze auto die ooit wit was, nu helemaal oranje. Wij zelf trouwens ook. Gek dat we dit Nationale Park nu gezien hebben. Het stond zo hoog op mijn bucketlist en nu kan ik weer een vinkje zetten. De tijd gaat soms zo razend snel.

Karijni National Park is absoluut een hoogtepunt aan de westkust. Het is zo wonderlijk mooi wat daar allemaal te ontdekken en te bewonderen is. Het laat je van de ene verbazing naar de andere vallen. De ‘oh’ en ‘ah’ verzuchtingen klinken vaak bij al het moois wat er te zien is. Het een een bijzonder park. Ongerepte ruwe natuur, zo puur, maar ook zo lieflijk. Wij mochten hier toerist zijn, de natuur overheerst en bepaalt hier de wetten die gelden. Zet dit op je bucketlist, ga hierheen. Het is het echte Australië. Karijni heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s