Het wilde westen

Het licht van de zon raakte de rooftop. Ik stak mijn hoofd buiten de tent en zag dat de zon net boven de bergen uitpiepen. Het was nog vroeg en de natuur ontwaakte rustig. Paarse bloempjes hiefen hun kopje op naar de nieuwe zonnestralen die hun blad verwarmden. Er kwam nog een klein beetje rook van de verkoolde boomstronken die de afgelopen nacht opgebrand waren. De stoelen stonden in een slordige cirkel om wat ooit een kampvuur was geweest en een verdwaalde beker met een laatste druppel wijn erin lag op de grond. Vogels zongen hun lied, een zacht briesje waaide over de bergtoppen en de lucht was vol lieflijke schapenwolken. Zo ontwaakte ik met de natuur. Mijn voeten raakten de oranje stoffige aarde en een onbeschrijfelijk gevoel van geluk maakte zich van mij meester. Een nieuw begin van een nieuwe dag in het wilde westen.

De dag begon zo perfect als het maar kon. Na een kleine oponthoud van een lege auto batterij zaten we rond 9 uur toch alweer op de weg. We reden richting het Karijni Nationaal Park, een van de hoogte punten aan de westkust. We waren goed voorbereid en de auto zat volgeladen met liters drinkwater, een volle tank benzine en genoeg eten om minimaal vijf dagen te kunnen overleven. De weg slingerde door een schitterend landschap. Bergen, rotsige en ruw bedekt met groen. Verspreid op de hellingen groeien er hier en daar wat bomen. Alles was oranje. De weg naar het park toe, de weg door het park heen, de berghellingen en zelfs op de planten langs de kant van de weg lag een oranje stoflaag. Het briesje was warm en we reden met de auto ramen naar beneden. Het gebeurde niet veel, maar als er een tegenligger was dan deden we de ramen snel dicht. De stofwolken die achter de auto opwaaiden willen we niet in de auto hebben. Onbegonnen werk, maar het voelde alsof het toch nog iets hielp.

Na een weg gereden te hebben, waarbij we heel dankbaar waren voor onze 4×4 kwamen we aan bij de eerste kloof waardoor we heen zouden gaan hiken. We kleedde ons aan alsof we echte professionals waren. De Teva sandalen die ik al meer dan tien maanden ongebruikt in mijn backpack had zitten kwamen eindelijk te voorschijn. Spuuglelijk en ze bleken maten te groot te zijn en samen met de blauwe hoed met vliegen scherm leek ik wel niet goed. Dit outfit leek me echter meer dan geschikt om een pittige wandeling te maken, en pittig en geschikt was het.

We waren net drie tellen aan de wandeling begonnen toen we een vriendelijke meneer tegen kwamen. Hijgend kwam hij het pad boven, waar wij net de afdaling aan begonnen waren. Hij liet een foto zien van een reusachtige slang en waarschuwde ons dat we goed moesten kijken waar we liepen. We begonnen oplettend, maar vol goede moed aan de klim naar beneden en kwamen aan bij een splitsing. Opnieuw stond er een uitgebreid waarschuwingsbord. Hier kwamen we een mevrouw tegen die tot aan haar nek toe drijfnat was. Ze vertelde ons dat het pad zo diep overstroomt was dat je letterlijk moest zwemmen om er doorheen te komen. We waren voorbereid op alles, dus trokken we onze bikini aan en zo gingen we verder. Het duurde niet lang of we begrepen wat de mevrouw bedoelde. Voetje voor voetje waadden we ons door het water en al snel reikte het ijskoude water tot over onze middel. Aan de rotsige wand was het iets minder diep en als we goed aan de stenen vast hielden konden we zo het water door klauteren, zonder dat onze rugzakken doorweekt raakten. We liepen uiterst voorzichtig want de rotsen waren enorm glibberig. Veilig bereikten we de overkant. Dit was nog maar het begin.

Tussen twee gigantisch hoge rotsmuren liepen we over een pad die bestond uit losse stenen. De kloof was diep en nauw. Toch groeide er hier en daar een struik of zelfs een boom. Al verder lopend leek het alsof we opgesloten raakten in de aarde. De kloof was zo smal dat de lucht soms niet eens meer zichtbaar was. Op plekken was het zo glibberig, nauw of onveilig door de losliggende stenen dat we letterlijk op handen en voeten verder kropen. Toen kwamen we aan bij een gedeelte waar je alleen maar zijwaarts doorheen kon komen dus we besloten onze tassen achter te laten. Schuifelend gingen we verder en de kloof mondde uit bij een stuk natuur wat we nog nooit gezien hadden. Er was een ronding in de kloof en een verborgen meertje lag meters onder ons. Echter; meters onder ons. Gelukkig was er een stalen buis bevestigd aan de rotswand waar je aan vast kon houden als je naar beneden wilde klimmen. Doordat er onder ons een stroompje water liep waren de rotsen zo glad uitgesleten dat het voelde alsof je op spekglad ijs liep. De leuning hielp ons in leven te blijven en deze was sterk genoeg om met je hele gewicht aan te kunnen hangen als je voeten onder je weg gleden. Iedereen bereikte de bodem. Maar de tocht was nog niet klaar!

Terwijl we op de minst charmante manier de weg naar beneden vonden, begon er een groepje mensen te joelen en te juigen. We konden pas opkijken wie het waren toen we met beide benen op de bodem stonden. We zagen Tom en Delitta, Alex en Alicia, een Italiaans en Spaans koppel. We hadden een enorm leuke tijd met hen in Coral Bay en Exmouth en hoe bijzonder dat je op zo’n plek elkaar weer terug vindt. Ze wezen ons de weg hoe we verder moesten en dit keer konden we niet ontkomen aan een ijskoude duik. Bibberend en rillend lieten we ons in het donkere, koude water zakken en we probeerden niet te denken aan alle dieren die hierin konden zitten. We zwommen van het ronde meertje door een nauwe kloof. De schoolslag was niet eens mogelijk, want dan sloegen we met onze benen tegen de rotswanden aan. Ongelooflijk hoe deze route door een diep punt in de aarde liep. We zagen uitzichten die ons de adem benam, het leek soms onmogelijk om door te gaan, maar we hebben het eind punt gehaald. Schitterend en bijzonder dit stukje Australische natuur. Dit is echt het wilde westen!

Terug bij de auto gekomen reden we terug naar een camping spot waar we ons kamp opzette. Ook de stelletjes kwamen gezellig bij ons staan. We kookten eten, sprokkelden hout, zongen liedjes, zaagden bomen om en maakten een kampvuur. We prikten marshmallows aan een tak en maakten popcorn boven het vuur en die aten we op terwijl we een kaart spelletje bij het kampvuur deden. De wijn in onze glazen dronken we leeg tot de laatste druppel. Terwijl het vuur langzaam doofde kropen we moe, voldaan en tevreden onze bedje in.

Wat een dag, wat een leven. De dag begon zo perfect en zo eindigde het ook. Leven het leven in het wilde westen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s