Een gratis dolfijnen show

Nog voor de zon goed en wel op was, was ik al wakker. Dianda en Anouk lagen boven me in ‘the penthouse’ en ik had in de auto geslapen. Om de meiden wakker te maken trapte ik met mijn voeten tegen het plafond. Niet veel later kwam Anouk er uitgestommeld. Ik lag als een prinsesje nog steeds in de auto, toekijkend hoe er een bakje Mocca voor me gezet werd en pannenkoeken gebakken werden. Dian kroop gezellig naast me en vanuit de auto zagen we zo de zon opkomen. De mist flarden schoven over het water, bergen in de achtergrond en een paar pelikanen zwommen rond. Een magnifieke plek om wild te kamperen!

Na heerlijk ontbeten te hebben zijn we naar een nationaal park gereden. De route ernaar toe was maar wat hobbelig en onze Jucy car is erg laag, dus reden we zachtjes. In een bos parkeerden we de auto en volgden we de bordjes die ons naar ‘The Pinnacles’ zouden brengen. We waren totaal verblufd bij het uitzicht wat zich voor ons ontdeed. Een schitterende hoge rotsformatie die allerlei kleurschakeringen had. Wit van onder tot donder oranje aan de top. Het leek net alsof de aarde opeens had besloten daar op te houden. Stijl naar beneden, grenzend aan het strand. We konden de helder blauwe zee zien en waren onder de indruk van deze schoonheid. Anouk begon opeens enthousiast te roepen en te wijzen. We volgden haar blik en zagen dolfijnen opspringen uit de zee. Hoe veel pracht kun je zien op één plek?!

We vervolgden onze weg en wilden het strand bereiken om te zien of we de dolfijnen nog een keer konden zien. We liepen over een slinger paadje maar dit pad boog juist af van het strand. Tot we bij een soort splitsing kwamen. Links verliep het pad terug het bos in en rechts hield het op en was er een rots helling naar beneden. Of daar een pad was wisten we niet, maar we wilden perse het strand bereiken. We klauterden over rotsen, bogen onszelf tussen boomtakken door en hielden ons vast aan de wortels als we naar beneden dreigden te glijden over het zachte stoffige zand. Enkele minuten later bereikten we veilig het strand. Wat we hier zagen…

Strand, het mooiste strand wat ik ooit gezien heb. Water dat helderder en blauwer leek dan ooit tevoren. Machtig hoge golven die met enorme kracht en met een perfecte ronding op de kust sloegen. Schuimende koppen die meters het strand oprolden en vervolgens weer terug gezogen werden. Lieflijk zacht zand, ontelbare kleurrijke schelpjes en kristal helder water. Achter ons stoere hoge rotsen die als een sterke grote broer het mooie strand beschermend uit het zicht houdt voor pottenkijkers. En wij? Wij mochten dit prachtige tafereel bewonderen door de dolfijnen die ons leken te roepen. Als enige op de hele planeet. Afgesloten van wat er achter ons in de grote wereld gebeurd. Alleen dit stuk ongerepte en onontdekte natuur en wij. Elk detail zogen we diep in en liet een onuitwisbare indruk achter.

Iedereen genoot op een eigen manier, in haar eigen wereldje. Zittend op het strand, liggend, spelend met het water. We hadden natuurlijk niets geen zwemgoed of handdoek meegenomen. Het water was echter zo uitnodigend. Alleen op ‘ons’ stukje aarde met niets en niemand in de verste omtrekken te bekennen. Ik legde mijn kleren op een hoopje en liep de zee in. Ver durfde ik niet te gaan, de kracht van de zee was ongekend sterk. Het water zoog aan mijn voeten en met moeite bleef ik staan. Dit was nog maar in de branding! Spelend met de golven voelde ik het kind in me naar boven komen. Dit is leven! Gelukgevoelens borrelden op en waren duidelijk zichtbaar op onze gezichten. Verrukking, verwondering en nederigheid bij zoveel grootsheid van de natuur.

We liepen over het zand een stukje terug om ‘The Pinnacles’ vanaf het strand te bewonderen. Al schelpjes zoekend en rapend, kletsend en zwijgend in eigen gedachten liepen we ernaar toe. Ook vanuit dit perspectief was het schitterend. Zoveel natuur! Zoveel moois! Woorden tekort, dus genoten we in stilte. Totdat opnieuw Anouk het was die iets uitriep. Ze had letterlijk geen woorden om te beschrijven wat ze achter ons zag dus maakte ze wijzend naar de oceaan alleen maar geluiden. Dianda en ik draaiden ons om en onze monden vielen open. Zeven dolfijnen speelden in de golven en doordat het water zo helder was zagen we ze opduiken en weg zwemmen, springen en spelen. Een show, alleen gezien door ons 3e. Mijn ogen vulden zich met tranen en ondanks de hitte had ik overal kippenvel. Soms is het zo overspoelend wat we allemaal meemaken en hoe mooi het leven is, hoe mooi de natuur is, hoe mooi Australië is. Verwondering en zeer onder de indruk zochten we onze weg terug naar de auto. Wat was dit schitterend!

Via de hobbelige weg reden we terug en zochten we een plek om te gaan lunchen. Anouk is de regelaar in de groep. Vooraf hadden we een route uitgestippeld en Anouk maakt er elke ochtend weer een mooie dagplanning van. Ze zoekt uit waar we heen gaan, hoelang het rijden is, waar de goedkoopste tankstation is en waar we overnachten. Perfect! Ook nu was het idee om te gaan lunchen bij gypsy point, een plekje waar kangaroos zouden zitten. We reden erheen, maar soms kwamen we in een gebied waar onze telefoons geen bereik meer hadden. Hierdoor reden we verkeerd en vonden we bij toeval een waanzinnig plekje. Aan de rand van een meer zagen we een steiger en we wisten alle drie tegelijk dat dit dé locatie was om te lunchen. We maakten onszelf op het gasstelletje wraps klaar en ploften neer. Opnieuw één met de natuur. Het meer omringd door bergen, een pelikaan die niewschierig een kijkje kwam nemen, vissen aan onze voeten en de zon brandend met een fijne 28 graden op onze huid. Wat een mooie, mooie dag.

Afsluitend wilden we nog een wandeling maken bij de Geneo Peak. Ik reed ernaar toe, maar de navigatie lukte weer eens niet goed. We besloten een pad omhoog te rijden, maar dit was de verkeerde afslag. Ik draaide de auto en de meiden vroegen of dit handig was op deze plek. ‘Ja hoor’, antwoordde ik stoer, ‘ik ben 3 maanden outback gewend geweest en weet heus wel een auto te draaien op een off-road weg.’ Nog niet uitgesproken liep onze felgekleurde skittles bak vast in de grond. We proesten het uit van het lachen. Anouk en ik gingen duwen en Dianda zou sturen, maar de motorkap vulde zich vol met rook en vlug zetten we de auto uit. Dan maar lopen. Dian bleef bij de auto (als backpacker is je backpack letterlijk het enige wat je hebt aan bezittingen!) en Anouk en ik gingen een boerderij zoeken. Niemand was thuis zei de meneer aan de telefoon nadat we hem gebeld hadden via het telefoonnummer wat op een bordje aan het begin van de oprit hing. Anouk zag een auto en rende naar de weg om deze te laten stoppen. Een lieve jonge vrouw stapte uit en ging ons meteen helpen. We reden met haar terug naar onze auto waar Dianda met een spontaan opgekomen bloedneus stond te wachten. De mevrouw met haar 4×4 had alle spullen die we nodig hadden. Als eerste toverde ze een schep te voorschijn en verwoed begon ik de banden uit te graven. Vervolgens deden we een nieuwe duw poging, want onze plastic bak had geen trekhaak. En daar was onze auto los! Tijd om de wandeling te maken was er niet meer dus dat verplaatsten we naar de volgende morgen. De meneer van de boerderij had nog gebeld en gesmst of alles gelukt was, anders zou hij iemand bellen voor ons om te helpen. De mensen in Australië zij zo vreselijk vriendelijk!

We zochten een gratis camping op om te kunnen slapen. Soms camperen we wild, maar meestal zoeken we een plaatsje waar je legaal gratis kunt staan. Op zo’n plek zijn er wc’s en soms een koude douche. De koelkast was flink leeg en omdat we best ver van de bewoonde wereld af waren duurde het een half uur voor we een supermarkt tegen kwamen. In dit dorpje zagen we een camping en toen we er eventjes een kijkje gingen nemen bleken daar douches te zijn met ook nog eens heel echt warm water! Wat een geluk na drie dagen! We deden alsof we camping gasten waren en vergaten naar het bordje te kijken dat je moest betalen om te mogen douchen en kropen niet veel later heerlijk schoon en gewassen de auto weer in. We reden terug naar onze gratis spot en iemand was zo lief een kampvuur achter te laten en er zelf niet te zijn. Met ons bordje op schoot genoten we van ons maaltje terwijl het hout knapperend zijn warmte gaf.

Wat was dit een fantastisch mooie dag! Een met een gouden randje. Die nacht sliepen we alle drie als rozen. Schoon, voldaan en vol indrukken. Wat is het leven goed.

Een prachtige plek om wild te camperen

Wakker worden

Met m’n 2 malloten

The Pinnacles

Dáár is het strand

Dit was het ‘pad’

We kwamen vanaf de bovenste bomen rij

Dit uitzicht, die golven!

Ons lunch plekje

En toen zat ie vast

Zonsondergang

Kampvuur erbij en erna lekker naar bed

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s